Wat en hoe handbiking: deel één

De pelotonstructuur is minder aanwezig dan bij wielrennen Op 23 april wordt in Rosenau (Frankrijk) de eerste wedstrijd op de kalender van de European Handcycling Federation (EHC) verreden. Handbiking of handcycling is een groeiende sport die meer aandacht verdient. Wielercentrum brengt drie verhalen in de weken voor dit evenement, met vandaag deel één: wat is dat precies, handbiken?

Door: Fons Vaneker.

Een wielerfanaat die voor het eerst kennismaakt met de handbikesport zoekt naar herkenningspunten: wat is de invloed van de wind, kan er geklommen worden en hoe stijl, is er tevens sprake van een pelotonstructuur? Vragen die Wielercentrum heeft voorgelegd aan Seine Snippe, Jetze Plat, Freek Strijker en Johan Reekers, allemaal ervaringsdeskundigen die onder andere de wegwedstrijd in Rosenau hebben gereden.

Handbikers worden in vier categorieën verdeeld:
H1; slechte/geen been-, romp- en armfunctie;
H2; slechte/geen been-, rompfunctie;
H3; slechte/ geen beenfunctie, goede romp- en armfunctie. Liggend in de handbike;
H4; slechte/ geen beenfunctie, goede romp- en armfunctie. Op de knieën in de handbike.

Bij het bekijken van videomateriaal van handbikewedstrijden valt het individuele karakter van de sport direct op. Een pelotonstructuur lijkt niet sterk aanwezig. Volgens Snippe komt dit door het niveauverschil van de deelnemers. "Men zoekt bikers van eigen niveau op en probeert daarmee samen te rijden. Zijn hier teamgenoten bij, dan wordt er wel samengewerkt." Plat bevestigt de individuelere aard, omdat "het peloton minder groot is." Strijker voegt hier aan toe dat er bijna geen ploegen zijn, zoals bij wielrennen. "Bovendien zijn de wedstrijden kort." Het gebrek aan tactiek wordt bevestigd door Reekers: "het gaat vanaf de start volle bak. Tijdens het WK 2010 in Canada is er slechts in twee van de vijf ronden tactisch gereden."

Mogelijk loopt een vergelijking op tactisch gebied mank. Misschien is cyclocross een betere vergelijking? Snippe, Plat en Strijker zijn hier mee eens, Reekers geeft aan de tactiek van de cyclocross-sport niet goed genoeg te kennen om er een oordeel over te vellen. Snippe en Plat benadrukken vooral dat het niveauverschil tussen de deelnemers overeenkomstig is. Plat: "De wereldkampioen is in beide gevallen echt veel beter dan de nummer tien, bijvoorbeeld."

In het gros van de wielerwedstrijden speelt een omhooglopende weg – zij het kilometers of slechts honderden meters lang – een grote rol in de selectie van het deelnemersveld. Wat is er klimtechnisch mogelijk met een handbike? Plat wijst op de verschillen in categorieën, maximaal klimpercentages verschillen. "Een H4 kan veel meer hebben als een H1. Zelf zit ik in de H4-categorie. Die categorie kan vrijwel overal omhoog. Wel moeten alle categorieën over hetzelfde parkoers en zodoende zitten er nooit echte bergen in." Snippe stelt dat de maximale grens ligt rond de 20% stijging, vanwege problemen met de grip, "omdat een handbike aangedreven wordt met het voorwiel. Als richtlijn voor de H1-groep wordt een maximaal stijgingspercentage van 8% aangehouden over een afstand van een paar honderd meter, soms wordt hier wel wat van afgeweken." Strijker zegt in een klimrit als langste beklimming een weg van 18 kilometer met een stijgingspercentage variërend van 7 t/m 12% te hebben afgelegd. "Het maximale percentage is bijna hetzelfde als bij het wielrennen. Wel ligt de snelheid lager." Reekers zegt dat het verschil groot is of het een kneebiker of een ligbiker betreft, de eerste categorie kan een stuk meer aan. Wat de wind betreft is het andersom: de liggende biker heeft daar weer minder last van, vanwege de meer aerodynamische positie.

De wegwedstrijd in Rosenau staat op de EHC-kalender, het Nederlandse Handbike Circuit (NHC) verzorgt de Nederlandse equivalenten. Nederland is en blijft klein. De volgende vraag luidt dan ook: hoe groot is het niveauverschil tussen beiden? De vier zijn het op dit gebied met elkaar eens: "groot, immens groot, erg groot en enorm." Plat: "Wij als Nederland liggen momenteel nog niet op wereldniveau. Handbikers die in Nederland een rit winnen kunnen tijdens een Europese wedstrijd over een afstand van 42 kilometer op 10 minuten gereden worden." Strijker stelt dat het prijzengeld in Nederland bovendien beneden peil is.

Ook over de vraag waar het modale niveau het hoogste ligt zijn de handbikers dezelfde mening toegedaan: in Duitsland. Snippe: "De populatie handbikers is daar erg groot." Plat: "Gemiddeld is Duitsland erg sterk. Maar in mijn klasse (H4) is een Amerikaan in 2010 zowel wereldkampioen op de weg als in de tijdrit geworden, dus dat is daar de absolute topper." Zijn naam: Oscar Sanchez.

Er volgen binnenkort nog twee verhalen op Wielercentrum over handbiken: één over de wedstrijd in Rosenau specifiek en één over de vier handbikers zelf: wat zijn hun doelen, hoe vaak trainen ze en wat hebben ze tot zo ver bereikt?

 



publicatiedatum: 07-04-2011