"Japanners plaatsen sporters op een voetstuk"
Mijn is Bjorn Cornelissen en ik ben acht jaar lang profrenner geweest. In die acht jaar heb ik hoofdzakelijk voor buitenlandse ploegen gereden zoals Flanders-a.Fin.com (België/Italië), Cyclingnews.com-Jako (Australië/België) en DFL-cyclingnews-litespeed (Engeland, Australië, België). Tijdens mijn tijd als profrenner heb ik op veel mooie en bijzondere plaatsen mogen koersen waar ik veel leuke dingen heb meegemaakt. Op Wielercentrum wil ik bij dezen over één van die avonturen vertellen. Tijdens mijn debuutjaar (2000) als prof reed ik de Ronde van Japan voor de Belgische ploeg Landbouwkrediet.
Toen we in Japan de luchthaven uitliepen kregen we meteen een flinke klap door de warmte. Het was er benauwd. We waren blij in een door airco verkoelde bus te kunnen stappen richting het grote en luxe hotel. Alle Europese ploegen werden in de watten gelegd. Ze zaten in de meest luxe hotels. Met rare Japanse WC’s, waarop een hele rits knoppen en functies zitten. Geluiden van watervallen, bossen en vogeltjes voorkwamen dat iemand anders geluiden kon horen waardoor je in de verlegenheid raakt. Het reinigen ging automatisch, van beneden naar boven overigens en de stoel was verwarmd.
Japanners plaatsen sporters op een voetstuk. Zeker als deze zelf Japans zijn. Omdat we een Japanse ploegmaat hadden werden we de hele dag gevolgd door een cameraploeg. Iedere avond kwamen we op de televisie. Onze namen werden daardoor algemeen bekend. Als ware sterren hadden we ook nog 24/7 een tolk beschikbaar. Konden we zelfs wakker maken als het moest. Soms gingen we ’s avonds in het hotel zelf op de Japanse Toer: je kon er karaokehokjes huren.
De wielrenners waren in ons hotel makkelijk te herkennen. Ze liepen in hun wielerkleding al hobbelend over de marmeren door de klikschoenen tussen de mannen in driedelige pakken. Blijft een grappig gezicht. De bekendste Europese ploegen en renners waren Gerolsteiner met René Haselbacher, Vino Caldirola met Mauro Gianetti en Alexia Alumino met sprinter Nicola Minali.
Tijdens een proefrit waarin we de vlucht even uit de benen wilde gaan trappen merkte we dat de temperatuur in combinatie met de luchtvochtigheid een probeer zou kunnen worden. Later bleek dit inderdaad een probleem. Ik had veel zin om een nieuw land te ontdekken. De Ronde ging eerst door het binnenland, om vervolgens te eindigen in het centrum van Tokio. Vooral de overgang vanaf Osaka tussen de rijst- en theevelden door richting Tokio was prachtig. Een mooi afwisselend etappeschema.
Er deden in die editie veel Europese ploegen mee. Gelukkig maar. Konden we de koers samen een beetje gaan organiseren. Een beetje lijn in de wedstrijd brengen. U heeft het wel eens gezien: een koers die hard van start gaat tot er een ontsnapping tot stand is gebracht. Peloton op zijn gemakje. Tot het gat dicht moet worden gereden. Klinkt misschien makkelijk. Maar ik kan u verzekeren: de gelukkige die samen met vijf of zes anderen een gat van tien minuten mag dichtrijden heeft een laaange dag te gaan! Door de eerdergenoemde klimaatproblemen was het vooral voor de Europese ploegen afzien geblazen.
Gerard Bulens, onze manager, gaf aan dat ik samen met ploegmaat Morgan Fox maar voor een overwinning moesten gaan sprinten. Dit omdat er twee dagen werd gekoerst op motorcircuits. Ja, u lees het goed: motorcircuits. Vol met olie en rubber. Bulens verwachte een mooie uitslag van ons. Ik zag het helemaal voor me: sprinten om de zege tussen de kamikazejapanners op een weg olie en rubber. Prima!
Ik ben niet verder gekomen dan een 8ste plaats in de zesde etappe in Tokio en daarnaast nog een 15de en 20ste plaats. Later in de ronde moest er ook nog geklommen worden, geen specialiteit van me overigens, op de het oude wereldkampioenschapparcours in Shuzenji. Rhudy Dhaenens was daar in 1990 ’s beste geworden. Een diepe buiging voor hem. Dat was écht klimmen. Het was er zo benauwd dat een ploegmaat van me af moest stappen en aan de beademingsapparatuur moest. Gelukkig kon hij daarna door, om ook nog op tijd binnen te komen.
Mauro Gianetti won de Ronde van Japan in het eerste milleniumjaar. Maar dit ging zeker niet zonder slag of stoot. Een slag die ons als bijkomstigheid de broodnodige centen opleverde. Want: hij betaalde twee teams – waaronder Landbouwkrediet – om het tempo hoog te houden om aanvallen op zijn trui onmogelijk te maken. Bij aankomst in de hoofdstuk was het publiek razend enthousiast. Er werd gegild bij het leven.
Nadat de strijd definitief was beslist wilde we even uiteraard Tokio nog even verkennen. Dat ons hotel midden in de stad lag maakte dit al een stuk makkelijker. Als afsluiting van de Ronde was er eerst een groot banquet waar sponsors en genodigden aanwezig waren. De Belgen hadden hun eigen tafel, daar zat ik dus ook aan. De Belgische ambassadeur van Japan was ook aanwezig. Een dertiger in pak die ABN sprak. Alles ging er heel officieel en chique aan toe: de directeur van het organisatiebureau kwam samen met de directeur van hoofdsponso Mitsibushi langs om ons persoonlijk met een diepe buiging te begroeten en te bedanken voor onze inzet. Dat maakt toch wel indruk: dat de directeur van Mitsibushi voor je komt buigen uit respect.
Aan het einde van de avond waagde we het erop. We vroegen de ambassadeur waar we nog even leuk de stad in konden. Vol enthousiasme gaf hij antwoord. Hij zou ons wel even op komen halen met de auto. Toen we later beneden in de lobby kwamen wachtte daar niet de man in driedelig pak maar dezelfde man in jeans en een Betty Boop-shirt. Hij bracht ons naar het Hard Rock-café, midden in het centrum. Ik stuurde een paar sms’jes naar concullega’s. Binnen een mum van tijd stond de tent vol wielrenners. We moesten wel wennen aan de prijzen: 140 gulden voor 8 biertjes! Maar ja: Gianetti trakteert. Dus na het bier volgde de Saké.
Tegen de tijd dat je we tussen de felle LED-schermen – uiteraard tien jaar feller dan die van ons destijds, het is toch Japan - het Hard Rock Café uitkwamen hing ik om de nek van eindwinnaar Mauro Gianetti. Ook op dat tijdstip leeft Tokio nog volledig. Overal beeld en geluid, zoals een echte wereldstad betaamt.
|