Mijn eerste profkoers: de Handzame Classic
Voor mijn terugkeer naar de Verenigde Staten stond er een Belgisch voorjaar op de planning. Een agenda met eerst Wanzele – Lede, een profcriterium, daarna mogelijk de Nokere Koerse (ik stond reserve) en vervolgens de Handzame Classic en de E3-prijs. Voor de laatste drie koersen zou de hele ploeg verblijven in een hotel in Oostkamp om vanaf daar een goede voorbereiding te doen.
Vanaf oktober vorig jaar ben ik al bezig met de voorbereiding op mijn eerste profkoers. En daar is hij dan: het criterium in Wanzele. Een ronde van dertien kilometer over smalle wegen met een kasseistrook en ook wat hoogteverschil. In Nederland had ik al verschillende trainingskoersen gereden waaronder de voorbereidingsklassieker in Sleen. Ik hield wel een goed gevoel over aan deze koersjes, maar ik wist ook dat dit een ander niveau betrof. In Wanzele stonden we met 200 man aan de start. Het zou geen makkelijke koers worden. De omstandigheden waren ook niet ideaal. Kou, regen, stevige wind.
Direct vanaf de start ging het vol gas. Ik moest grote inspanningen leveren om naar voren op te schuiven. Dit kostte veel kracht, maar ik wist dat achteraan blijven zitten geen optie was. Deze inspanningen kosten me te veel energie en kracht en ik verloor in de tweede ronde de plaatsen die ik in de eerste ronde had gewonnen. Vervolgens raakte ik los uit het laatste wiel en wist ik dat het voorbij was. Ik werd overdonderd door de snelheid en het niveau van het peloton en het best pittige parkoers. Het was geen lekker gevoel om er zo te worden afgereden. Maar ik moet ook realistisch blijven en me realiseren dat ik nog veel moet leren en naar het niveau toe moeten groeien.
De nacht erna merkte ik wel dat de koers in mijn hoofd was gaan zitten. Ik sliep slecht en ik ondervond ook de lichamelijke gevolgen van mijn debuut: buikproblemen, vermoeidheid en misselijkheid. Kwam niet goed uit: ik zou de week erna weer naar België vertrekken voor het vervolg van mijn programma. Ik kon twee dagen niet trainen. Ik was wel fit genoeg om naar België te gaan en kon daar later de training weer oppakken met de ploeg.
Aldaar werd ik met de dag sterker. Ik ging vol vertrouwen beginnen in de Handzame Classic. Dat dit eigenlijk mijn eerste echte koers was gaf me de moraal om alles te geven. Mijn opdracht vanuit de ploeg: meezitten met de vroege ontsnapping. Dat is een stuk lastiger dan het lijkt. De TV-uitzending van een Touretappe – bijvoorbeeld – begint vaak pas als de kopgroep al een gat geslagen heeft en met een voorsprong van vijf tot tien minuten lekker ronddraait. Met een controlerend, maar nog niet jagend, peloton erachter. De eerste uren van een koers gaan vol gas en zijn erg nerveus. Constant zijn er nieuwe pogingen om de kopgroep te vormen.
Een paar keer heb ik geprobeerd mee te zitten, met snelheden rond de 50/55 kilometer per uur. Al achteromkijkend zat het peloton dan op een lint, maar nog steeds in mijn wiel. Na een mislukte poging probeerde ik het meteen opnieuw. Maar na een half uur was er nog steeds niemand weg. Het gekronkel door Belgische dorpjes maakte de koers er niet rustiger op. Op een rotonde waar we linksaf moesten zag ik een paar renners binnendoor glippen en ik zag een kans om wat plaatsen op te schuiven en ging erachteraan. Dat had ik beter niet kunnen doen. De renners voor me konden uitwijken voor de gele paaltjes die in België in de binnenbocht staan, ik echter niet. Boem. Ik liep zelf gelukkig alleen wat schaafwonden op, ik kon nadat de mecanieker de ketting erop had gezet en stuur recht had gezet de koers vervolgen. Ik moest in de achtervolging. Tussen de auto’s door kon ik gelukkig terugkomen.
Er was nog steeds geen groep weg, de koers was nog niet gecontroleerd en we naderden de eerste klimmetjes. Er reed een groep weg, en het peloton ging gecontroleerd rijden. Hier zou de TV-uitzending pas beginnen. Terwijl ik het gevoel had al een hele koers gereden te hebben. De kopgroep bouwde de voorsprong uit en ik had tijd om de schade van de valpartij beter in te schatten. Maar behalve schaafwonden had ik niets.
Inmiddels regende het, en warm was het niet. Het weer maakte het lastiger om te koersen op deze slechte wegen. En toen kwam de kasseistrook, van een kilometer. Met droog weer vind ik het al een hel om hier overheen te rijden, laat staan met regen. Ik ging onderuit en nam hierbij vijftien man mee. Het duurde even voordat ik weer op mijn fiets kon stappen. Dit keer kwam ik er minder goed vanaf. Ik had een wond op mijn hand, hevig bloedend, en ik kon door toedoen van de valpartijen ook niet goed meer op mijn fiets zitten. Ik kon weer terugkomen in het peloton, maar ik was eigenlijk te bang om nog naar voren te schuiven. Langzaamaan ging de snelheid in het peloton ook omhoog, de echte jacht op de kopgroep was begonnen.
Zestig kilometer voor de streep kwam ik in de problemen. Alles ging op de kant en ik moest telkens weer optrekken naar de 50/55 kilometer per uur vanuit de bochten. Ik kreeg kramp en kwam tussen de auto’s terecht. Ik kon weer terugkomen, maar ik besloot in de laatste ronde van de plaatselijke omloop op te geven.
Ik ben tevreden over deze koers, ik toonde vechtlust en kon iedere keer terugkeren in het peloton. Wel werd ik na de Handzame Classic weer ziek. Daar baalde ik goed van. Ik was verkouden, had hoofdpijn en ik kreeg verhoging. De ploegleiding zag dat ik niet direct herstelde en besloot dat ik beter naar huis kon gaan dan de E3 rijden. Een logische beslissing die ik wel moest accepteren. Jammer, ik ben de laatste maand speciaal voor de E3 wezen trainen. Er volgt nu een periode van herstel en daarna ga ik me voorbereiden op de volgende koers. Welke dat zal zijn, weet ik nog niet.
publicatiedatum: 29-03-2011
|