Michael Boogerd

Michael Boogerd (28 mei 1972) manifesteerde zich in de Tour vooral als klimmer, hoewel hij zich in de strijd om de podiumplaatsen nooit kon mengen. Daarvoor schoot hij vooral te kort in de tijdritten. Bovendien kon hij in de bergritten niet echt het verschil maken. De Hagenaar debuteerde in 1996 in de Tour met een ritzege. In de zesde etappe naar Aix-les-Bains was hij in de finale in de stromende regen samen met de Spanjaard Mauri ontsnapt. Op de spekgladde wegen voelde Boogerd zich beter thuis dan zijn gezel, die in één van de laatste bochten bijna onderuit ging. Boogerd kon daardoor een kleine voorsprong nemen en met een uiterste krachtsinspanning uit de greep van het aanstormende peloton blijven.
In 1997 eindigde hij in het rood-wit-blauwe tricot van Nederlands kampioen op de zestiende plaats in het eindklassement en door de media werd hij daardoor naar voren geschoven als de Nederlandse kanshebber op een ereplaats in de Tour de France. Toen hij in de “doping-Tour” van 1998 op de vijfde plaats eindigde, werd Boogerd nog meer als kanshebber voor de Tourzege gezien. Gemakshalve werd er aan voorbijgegaan, dat bijna alle Spanjaarden in die knotsgekke Tour de strijd hadden gestaakt en de hele Festina-ploeg uit de Ronde was gezet. Die vijfde plaats was dus een vertekend beeld van de echte krachtsverhoudingen op dat moment.
De volgende jaren werd duidelijk, dat Boogerd tekort kwam om mee te strijden om de Tourzege. Het dramatische dieptepunt beleefde de Rabobankrenner in 2000, toen hij op de voorlaatste dag door een valpartij de strijd moest staken.
In 2002 liet Michael Boogerd zien, dat de Tour de France voor hem een speciale wedstrijd is. Nadat hij in een kansloze positie voor een topklassering was gemanoeuvreerd, ging hij op jacht naar een etappezege. In Béziers lukte dat net niet en moest hij in de sprint van een kopgroep genoegen nemen met de derde plaats. Vier dagen later schreef hij in de 16e etappe van Les Deux Alpes naar La Plagne wielergeschiedenis. Vijf kilometer voor de top van de eerste col van de dag, de Col du Galibier, trok Boogerd in de aanval. Hij sprong mee met een groepje en passeerde als vijfde de top van de beroemde berg. Na enkele kilometers afdaling volgde de Col de Télegraphe en daar demarreerde Boogerd. Hij kreeg drie sprinters mee: Stuart O’Grady, Robert Hunter en Gian-Matteo Fagnini. Het was die sprinters uiteraard alleen maar te doen om de punten van de tussensprint, die tussen de tweede en derde col werd betwist. De voorsprong van het kwartet liep op tot 1 minuut en 45 seconden, maar na die sprint zakte het tempo, waardoor 8 achtervolgers met onder andere Laurent Jalabert dichterbij konden komen. Direct aan de voet van de Col de la Madeleine verhoogde Boogerd daarom het tempo bij de koplopers en begon hij aan zijn solo. Hij moest toen nog 86 kilometer rijden tot de finish in La Plagne. De voorsprong op de achtervolgers liep vrij snel op. De drie geloste renners werden door het groepje van Jalabert ingehaald, maar toch liep Boogerd ook op die groep verder uit. Op de top van de Madeleine was de kloof al 3 minuten en 20 seconden op Jalabert. De groep met de gele trui en alle favorieten had toen een achterstand van 7 minuten en 45 seconden op de Nederlander. Boogerd moest toen nog 67 kilometer rijden, waarvan een lang vlak stuk. Op dat stuk probeerde de US Postal-ploeg van Lance Armstrong de achterstand te verkleinen. Met vier renners van de Amerikaanse ploeg op kop, liep de voorsprong van Boogerd in ieder geval niet verder meer op. Aan de voet van de slotklim volgde het restant van de achtervolgende groep al op meer dan vijf minuten, terwijl Armstrong en co nog een achterstand had van 7 minuten en 15 seconden. De 19 kilometer lange klim werd voor Boogerd een grote zegetocht, want vele duizenden Nederlandse fans moedigden hem hartstochtelijk aan. Carlos Sastre probeerde in zijn eentje de kloof dicht te rijden. In de beklimming naar La Plagne werd in de groep van Armstrong het tempo verder opgevoerd door Rubiera. CSC-renner Sastre bleek een prima bruggenhoofd voor de Amerikaan, maar samen slaagden ze er niet in om Michael Boogerd van zijn tweede ritzege in de Tour af te houden.
Waar hij in de Tour niet in slaagde, lukte Boogerd wel in allerlei kortere etappewedstrijden. Zo won hij in 1999, twintig jaar na Joop Zoetemelk, de etappewedstrijd Parijs-Nice. Op zijn erelijst staan verder de Catalaanse Week, de Amstel Gold Race, de Brabantse Pijl, de Ronde van Emilië en vele andere bekende koersen. In 1999 stond hij even op de tweede plaats van de wereldranglijst. Michael Boogerd startte 8 keer in de Tour en haalde alleen in 2000 de finish niet.
publicatiedatum: 04-06-2006
|