1992: Indurain ook de sterkste in Europese Tour

Miguel Indurain sloeg opnieuw zijn slag in de tijdritten (foto Wim Amels).

Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc haalde in 1992 een kunststukje uit door een in het Europese jaar een echte Europese Tour te organiseren. De route van La Grand Boucle voerde door zeven Europese landen. Met een start in het Baskische San Sebastian was Miguel Indurain uiteraard geweldig gemotiveerd om direct toe te slaan. De Spanjaard moest trouwens alles uit de kast rijden om de proloog op zijn naam te kunnen schrijven, want de jonge Zwitser Alex Zülle hoefde maar 2 seconden op de topfavoriet toe te geven.

De Zwitser met de Nederlandse moeder pakte de volgende dag bij een tussensprint in Zarautz zes bonificatie-seconden, waardoor hij na afloop van de eerste etappe alsnog in de gele trui kon worden gehesen. Door de start in Baskenland trok de karavaan al in de tweede etappe de Pyreneeën in, hoewel de grote cols werden gemeden. De diverse Spaanse colletjes en de Col de Marie Blanque zorgden niettemin toch voor een behoorlijk slagveld. Al na twintig kilometer ging de Fransman Richard Virenque aan de haal. Hij passeerde als eerste de top van de Alto de Aritxulegi en kreeg na de beklimming van de Alto de Agina gezelschap van de Fransman Dante Rezze en de Spanjaard Javier Murguialday. Het trio bouwde een voorsprong op van 22 minuten en dat was natuurlijk wat teveel van het goede. De ploegen van Indurain en Bugno zorgden ervoor dat aan de voet van de Marie Blanque de kloof met de helft verkleind was. In de beklimming ontsnapten uit het peloton Indurain, Bugno, Chiappucci en Mottet en dat kwartet had in Pau nog maar vijf minuten achterstand. Murguialday won de rit en Virenque greep de gele trui, maar het was bovendien duidelijk wie in deze Tour de favorieten voor de eindzege waren.

In Bordeaux zorgde Rob Harmeling voor een Nederlands succes door de sprint te winnen van een kopgroep van tien renners. Deze groep had een voorsprong van zeven minuten op het peloton en dat leverde de Fransman Pascal Lino de gele trui op. De overwinning van de Panasonic-ploeg in de ploegentijdrit was ook een klein Nederlands succesje, hoewel het team van Post nog maar enkele Nederlandse renners telde. De volgende ritten werd er op het scherpst van de snede gereden, maar grote gevolgen voor het klassement had het allemaal niet. Indrukwekkend was wel de massale belangstelling voor de etappe naar het Limburgse Valkenburg. Het aantal kijkers in het toeristenstadje werd geschat op 300.000.

Miguel Indurain deelde de echte klap pas uit in de individuele tijdrit over 65 kilometer in Luxemburg. Vooraf was iedereen overtuigd van het meesterschap van de Spanjaard in deze discipline, maar wat hij in het Groot Hertogdom liet zien was ongeëvenaard. De tweede, Armand de las Cuevas, verloor al drie minuten op Indurain en vele kanshebbers zagen zich in één klap in een kansloze positie gemanoeuvreerd. Dat gold zeker ook voor Erik Breukink, die ruim zes minuten verspeelde. Pascal Lino verdedigde zijn gele trui met verve, maar zag zijn voorsprong wel flink slinken.

In Straatsburg bezorgde Jean-Paul van Poppel de Nederlandse volgers weer een beter humeur. De PDM-sprinter troefde er de Oezbeek Abdoesjaparov en de Fransman Jalabert overtuigend af in een massasprint.

In de eerste Alpenrit was er voor Miguel Indurain nog geen vuiltje aan de lucht. Zijn Banesto-ploeg controleerde eenvoudig de wedstrijd en gunde de Zwitser Järmann de ritzege. In de dertiende rit naar het Italiaanse skidorp Sestrières schreef Claudio Chiappucci echter historie. In zijn bolletjestrui trok "Calimero" al vroeg ten strijde en hij trok zich daarbij niets aan van het vooruitzicht, dat er in deze etappe zeven cols overwonnen moesten worden. Ruim tweehonderd kilometer reed de Italiaan alleen aan de leiding en eigenlijk voorkwam zijn landgenoot Gianni Bugno een definitieve machtsgreep van Chiappucci. Bugno liet zijn ploeg het werk in de achtervolging opknappen en dat speelde Miguel Indurain in de kaart. In Sestrières had Chiappucci nog geen twee minuten voorsprong op Indurain. Bugno betaalde zelf de tol voor zijn onbegrijpelijke tactiek. Hij verspeelde bijna drie minuten op Chiappucci. Pascal Lino kon zich in dat geweld niet staande houden en moest zijn gele trui afstaan aan Indurain.

De Spanjaard wist na deze koninginnenrit wel wie hij in de gaten moest houden. In de etappe naar Alpe d'Huez stemde Indurain zijn wedstrijd daarom volledig af op Claudio Chiappucci, die er niet in slaagde om zijn schaduw uit het wiel te fietsen. De begeerde ritzege op Alpe d'Huez ging naar de Amerikaan Andy Hampsten. Indurain had na deze rit eigenlijk nog maar één concurrent: Chiappucci. De rest keek al tegen een achterstand aan van meer dan acht minuten.

De volgende etappes kregen daardoor de outsiders een kans om een ritzege mee te pikken en daarvan profiteerden onder meer Franco Chioccioli en Stephen Roche. Jelle Nijdam liet zich in Tours nog verrassen door Thierry Marie en moest daardoor genoegen nemen met een tweede plaats.

In de individuele tijdrit van Tours naar Blois zette Miguel Indurain nog eens de puntjes op de i. Claudio Chiappucci, zijn enige echte rivaal, verspeelde in 64 kilometer bijna drie minuten op de Spanjaard, die nog eens een demonstratie gaf van zijn kwaliteiten. Op de laatste dag deed Jean-Paul van Poppel op de Champs Elyssées nog eens een greep naar de ritzege, maar de PDM-sprinter moest zijn meerdere erkennen in de Duitser Olaf Ludwig. De eindzege van Indurain kwam niet meer in gevaar en daarmee realiseerde hij voor de eerste keer in zijn loopbaan de dubbel Giro-Tour en trad daarmee in de voetsporen van Fausto Coppi (1949-1951), Jacques Anquetil (1964), Eddy Merckx (1970-1972-1974), Bernard Hinault (1982-1985) en Stephen Roche (1987).

Klik hier voor portret van Miguel Indurain



publicatiedatum: 19-03-2003