2002: Lance Armstrong nadert record

Lance Armstrong was uiteraard de huizenhoge favoriet bij de start van de 89e Tour in Luxemburg. Van een duel kon ditmaal geen sprake zijn, omdat Jan Ullrich zich al ruim voor de start in het Groot Hertogdom met een slepende knieblessure had afgemeld. De meeste concurrentie mocht de US Postal-renner dus verwachten van de Spaanse blokken van Once en Kelme met Joseba Beloki en Oscar Sevilla.
In de proloog liet Lance Armstrong meteen zien, dat hij de strijd met de Spanjaarden niet uit de weg zou gaan. De Amerikaan hield Laurent Jalabert van de overwinning af en greep dus meteen de gele trui. Maar het was uiteraard niet zijn bedoeling om die leiderstrui vanaf de eerste dag met hand en tand te verdedigen. Het kwam hem dan ook goed uit, dat in de eerste etappe de Zwitser Rubens Bertogliati won en voldoende bonificatieseconden kreeg om de gele trui over te nemen.
De volgende etappes werden beheerst door de ploegen van de sprinters, die er voor zorgden, dat de etappe steeds op een massasprint uitdraaide. Dat leverde Oscar Freire en Robbie McEwen een ritzege op. En in de ploegentijdrit over 68 kilometer domineerde de Once-ploeg als vanouds. Onder aanvoering van Joseba Beloki en Igor Gonzalez de Galdeano zette de ploeg van Manolo Saiz de concurrentie op achterstand. Maar eigenlijk was de CSC-ploeg met Laurent Jalabert de sterkste, maar het Deense team werd op een ongelukkig moment getroffen door een lekke band van Michael Sandstöd. En omdat de Deense tijdrijder de motor was van de ploeg werd er in tegenstelling tot de gemaakte afspraak op de pechvogel gewacht. Daarmee verspeelde de CSC-ploeg zoveel tijd, dat de ritzege en de gele trui voor Jalabert aan hun neus voorbij ging. Die gele trui was nu voor Igor Gonzalez de Galdeano, die het tricot de volgende dagen met verve verdedigde.
In de etappe naar Rouen ontliep sprinter Jaan Kirsipuu de massasprint en zijn inspanning werd beloond met een etappezege. Pas in de 6e rit kon de Duitse sprinter Erik Zabel het loon incasseren van de inspanningen van zijn ploeg. In Alençon troefde hij Freire, McEwen en Svorada overtuigend af. De ploegen zonder sprinters waren al die massasprints zat en trokken daarom in de 7e etappe ten strijde. Leon van Bon was in een lange vlucht betrokken met de Fransen Renier en Morin. Maar omdat de achterstand van Franck Renier in het algemeen klassement niet groot was, kregen de vluchters weinig ruimte. Pas in de allerlaatste kilometers werd het trio ingelopen, waarna de Australiër Bradley McGee in de aankomst bergop voor iedereen te sterk was.
Op de Franse nationale feestdag Quatorze Juillet waren de Franse renners uiteraard uit op een dagsucces en daarom werd er vanaf de eerste kilometer gedemarreerd. Na de ravitaillering viel pas de slag, toen een groepje van zeven renners een gat wist te slaan. Daarbij zaten drie Nederlanders: Servais Knaven, Erik Dekker en Karsten Kroon. De Fransen waren met Stéphane Augé, Sébastian Hinault en Franck Renier even sterk vertegenwoordigd. De Let Raivis Belohvosciks completeerde de kopgroep en hij bleek uiteindelijk in de finale de taaiste tegenstander. De nog niet van zijn val in Milaan-San Remo volledig herstelde Dekker haalde voor Karsten Kroon de kastanjes uit het vuur. Dekker demarreerde in de finale enkele keren en sloopte daarmee de concurrentie, maar ook zichzelf. Hij moest lossen, maar kwam in de slotfase toch weer terug. En opnieuw was hij de bliksemafleider, waardoor Karsten Kroon zich kon sparen voor de sprint. Als een geroutineerde sprinter maakte Kroon daarop het karwei af en hij bezorgde daarmee zijn Rabobank-ploeg de eerste ritzege in deze Tour. Met Servais Knaven en Erik Dekker op de volgende ereplaatsen werd het een Nederlandse in plaats van een Franse feestdag.
De Tour was al ruim een week oud, toen de renners in Bretagne de eerste zware opdracht kregen voorgeschoteld. In de tijdrit over 52 kilometer werd veel verwacht van Lance Armstrong en er werd rekening gehouden met een machtsovername van de Amerikaan. Maar tot ieders verrassing moest Armstrong in de race tegen het uurwerk zijn meerdere erkennen in de Colombiaan Santiago Botero, die elf seconden sneller was. En gele truidrager Igor Gonzalez de Galdeano verspeelde zo weinig tijd, dat hij zijn gele trui nog een aantal dagen mocht dragen.
Na de eerste rustdag en een grote verplaatsing doemden de Pyreneeën op. De laatste vlakke etappe leverde eindelijk een Franse ritzege op. Patrice Halgand was in Pau de sterkste van een kopgroep, die de zegen van het peloton had gekregen. Maar pas de volgende dag begon het echte werk met een bergetappe over de Col d’Aubisque, die eindigde in La Mongie, halverwege de beklimming van de Col du Tourmalet. Laurent Jalabert trok al vroeg in de aanval om zo voldoende punten te verzamelen voor het bergklassement. De Fransman werd in de slotklim ingelopen door de hoofdmacht, die werd aangevoerd door Roberto Heras, de meesterknecht van Lance Armstrong. De Spanjaard voerde het tempo aan de kop van de groep zo sterk op, dat de ene na de andere favoriet moest lossen. Uiteindelijk konden alleen Armstrong en Beloki de frêle klimmer bijbenen. In de laatste kilometer sprong Armstrong achter de rug van Heras weg en op die aanval had ook Beloki geen antwoord. Het leverde de Amerikaan de ritzege en de gele trui op. De Tour leek al in de eerste de beste bergrit beslist.
Ook in de tweede Pyreneeënrit hanteerde Laurent Jalabert dezelfde tactiek. Hij trok weer vroeg in de aanval en kreeg daarbij het gezelschap van de Zwitser Laurent Dufaux en de Spanjaard Isidro Nozal. En net als de voorgaande etappe werd de CSC-renner in de slotklim weer ingelopen door Lance Armstrong, die zijn koppositie in het algemeen klassement daarmee nog eens versterkte. Zijn voorsprong op Beloki bedroeg al bijna twee en een halve minuut. En toch kondigde de Spanjaard aan, dat hij in de Alpen de aanval zou kiezen.
In de overgangsetappe naar Béziers mochten de renners uit de tweede rij nog eens jagen op een ritzege. Opnieuw was Jalabert present, toen Michael Boogerd in de eerste de beste klim demarreerde. Een kopgroep van elf renners kreeg van het peloton de ruimte en zij bouwden een voorsprong op van meer dan dertien minuten. Rabobank was met Boogerd en Zberg sterk vertegenwoordigd, maar zij konden die numerieke meerderheid ditmaal niet uitbuiten. De sterke Brit David Millar was in de sprint bergop te sterk. Met een derde plaats kon Michael Boogerd niet tevreden zijn.
Lance Armstrong had de historische etappe naar de top van de Mont Ventoux dik onderstreept in zijn agenda. Maar hij wilde daarvoor zijn vierde Tourzege niet in de weegschaal leggen. Toen een grote groep met Richard Virenque aan de haal ging, liet Armstrong zijn ploeg wel het tempo maken in het peloton, maar ze mochten zich niet over de kop fietsen. Daardoor kon de groep van elf renners uitlopen naar een voorsprong van twaalf minuten. Toen vond Armstrong het genoeg en liet hij zijn US Postal-mannen het tempo opvoeren. De voorsprong liep daarna snel terug, maar aan de voet van de Mont Ventoux was de kloof nog altijd 7 minuten en 40 seconden. Dat was voor klimmer Richard Virenque voldoende om in de helse beklimming uit de greep te blijven van de gele truidrager, die pas als derde over de finish kwam en daarmee opnieuw een kans verspeelde om zich in de legende van de Mont Ventoux te fietsen.
De eerste Alpenrit naar Les Deux Alpes bracht niet het spektakel, waar veel volgers op gerekend hadden. Een kopgroep met Santiago Botero, Axel Merckx en Mario Aerts mocht strijden om de dagprijs. Daarbij toonde de Colombiaan zich de sterkste. Achter de koplopers controleerde Armstrong vrij eenvoudig de strijd. Joseba Beloki besefte dat alleen een wonder hem nog de gele trui zou kunnen bezorgen.
In de etappe naar La Plagne schreef Michael Boogerd wielerhistorie. De Rabobank-renner reed vanaf de eerste kilometer in de eerste linies. In de beklimming van de Col du Galibier maakte zijn ploegmaat Addy Engels het tempo, waarna Boogerd de aanval lanceerde. Hij kreeg Botero en enkele Once-renners mee, zodat deze aanval tot mislukken gedoemd leek. Toen de eerste achtervolgers vlak voor de Col du Télegraphe weer bijna waren aangesloten, waagde Boogerd nog eens een aanval. In de afdaling sloten O’Grady, Fagnini en Hunter bij hem aan. De drie sprinters aasden op de punten van de eerste tussensprint en waren dus een welkome hulp voor de Nederlander, maar in het begin van de Col de la Madeleine konden zij Boogerd niet meer bijbenen. Met nog 85 kilometer voor de wielen begon Michael Boogerd aan een onmogelijk lijkende opdracht. Soepel klimmend bouwde de Raborenner zijn voorsprong van ruim drie minuten uit tot dik negen minuten. Aan de voet van de slotklim naar La Plagne waren daar nog altijd ruim zeven minuten van over. In de klim zette de Spanjaard Carlos Sastre de achtervolging in op Boogerd. Met nog vijf kilometer te gaan had de koploper nog maar twee minuten en 28 seconden over op de CSC-renner, terwijl de groep met Armstrong en Beloki ook steeds dichterbij kwam. In de laatste kilometers moest Boogerd geweldig afzien, maar hij hield de ontketende Armstrong van zich af en fietste zichzelf daarmee in de legende van de Tour de France.
De Tour was allang beslist en in de volgende etappes beperkte de US Postal-ploeg zich tot het controleren van de koers. Ongevaarlijke renners mochten jacht maken op de ritzeges en dat leverde Dario Frigo in Cluses de dagprijs op. En in Bourg-en-Bresse pakte de Noor Thor Hushovd de ritzege. De tijdrit op de voorlaatste dag in Macon was voor Lance Armstrong een uitstekende gelegenheid om nog eens zijn meesterschap in deze Tour te onderstrepen. De Let Raimondas Rumsas werd op 52 seconden tweede en verstevigde daarmee zijn derde plaats in het algemeen klassement. In de laatste etappe van Mélun naar de Champs Elysées was er toch nog enige spanning, want net als in 2001 was de strijd om de groene trui nog niet beslist. Vorig jaar troefde Zabel de Australiër Stuart O’Grady af en ditmaal moest hij de strijd aangaan met een andere Australiër: Robbie McEwen. De kleine Lotto-renner pakte onderweg al voldoende punten om zijn leidersplaats in het puntenklassement te verstevigen. In de eindsprint op de beroemdste avenue van de wereld liet McEwen zien, dat hij in deze Tour toch echt wel de beste sprinter was. Hij won overtuigend de rit en dus ook het puntenklassement. De vierde Tourzege van Lance Armstrong was geen grote verrassing en sprak veel minder tot de verbeelding dan zijn drie voorgaande overwinningen. Maar de Amerikaan is nu wel erg dicht bij het record van Anquetil, Merckx, Hinault en Indurain.
Klik hier voor portret van Lance Armstrong

publicatiedatum: 31-03-2006
|