Santiago Botero eerste Colombiaanse winnaar van Tour-tijdrit

In de jaren tachtig speelden de Colombiaanse wielrenners een hoofdrol in de Tour de France. Lucho Herrera won de rit naar Alpe d’Huez en stond een keer in de bolletjestrui in Parijs. Fabio Parra won eveneens een Tourrit en was nog een keer gehuldigd als winnaar van de witte trui. Het is een aantal jaren stil gebleven rond het Colombiaanse wielrennen, maar met Santiago Botero heeft zich een nieuwe held uit Zuid-Amerika gemeld. De Kelme-renner klopte in de 52 kilometer lange tijdrit tussen Lanester en Lorient Tourfavoriet Lance Armstrong en zorgde daarmee voor een primeur. Santiago Botero is namelijk de eerste Colombiaanse wielrenner, die een tijdrit in de Tour de France wint. Armstrong verspeelde elf seconden op Botero, achttien op Gontchar en negentien seconden op Igor Gonzalez de Galdeano.
Het liefst was hij beeldhouwer geworden, zoals zijn beroemde naamgenoot Fernando Botero. Maar Santiago Botero (27 oktober 1972) werd in 1996 profwielrenner en was daarmee in zijn omgeving een buitenbeentje. Hij groeide op in El Pablado, één van de duurste wijken van Mendellin. Na de middelbare school ging hij naar de universiteit, waar hij zich ontpopte tot een uitmuntend economie-student. “Ik maakte regelmatig flinke tochten op de fiets, die ik met Kerstmis had gekregen. Toen ik zestien was, verslapte door het studentenleven mijn interesse in de wielersport. Maar toen we een keer de Alto de Palmas beklommen, een col van 12 procent met 17 bochten, had ik de smaak weer te pakken. Ik won die wedstrijd van mijn vrienden en sindsdien liet het fietsen me niet meer los. Ik begon met het rijden van mountain-bike wedstrijden en in 1993 werd ik zelfs kampioen van Colombia in deze discipline”.
Strijdlust
In 1995 werden de wereldkampioenschappen in Colombia gehouden en om zich daarvoor te kunnen plaatsen, verlegde Santiago Botero zijn aandacht naar de weg. Hij werd Colombiaans kampioen tijdrijden en reed zich ook internationaal in de kijker. Het leverde hem een profcontract op bij de Spaanse Kelme-ploeg en hij is dat team tot op heden trouw gebleven. Botero is geen winnaarstype, maar dat compenseert hij met een ontembare strijdlust. De erelijst van Santiago Botero vermeldt dus maar enkele overwinningen. Twee jaar geleden werd hij voor zes maanden geschorst, omdat bij een dopingcontrole in de Ronde van Romandië zijn testosteron-spiegel te hoog was. Hij miste daardoor de Tour en de Vuelta.
In 1999 moest Botero weer van voren af aan beginnen, maar vanaf de eerste wedstrijden reed hij goed. Hij won een rit in de Ronde van Andalusië en eindigde op de derde plaats in de door Michael Boogerd gewonnen Parijs-Nice, waarin hij ook een rit won.
Santiago Botero ziet er niet uit als een volbloed Colombiaan. Hij heeft een lichtere huid en is zwaarder gebouwd dan de klimmers uit de Andes. Met een lengte van 1 meter en 83 centimeter en een gewicht van 75 kilo was hij een echte rouleur. Een renner, die kilometerslang op kop kon rijden voor zijn kopman. Maar Botero wilde in het hooggebergte uitblinken en bracht zijn gewicht daarom terug tot 69 kilo. Hij kon zich daardoor in de Tour van 2000 met de beste klimmers meten en won op indrukwekkende wijze de etappe over de Col d’Izoard. Santiago Botero mikte echter op de bolletjestrui, in de wetenschap dat hij met het winnen van dat tricot in de voetsporen zou treden van zijn beroemde landgenoot Lucho Herrera. “In Colombia is Herrera een idool en het was fantastisch dat ik het bergklassement op mijn naam kon schrijven. Daar droomt iedere wielrenner in Colombia van”, vertelde Botero, die dertien jaar na Herrera de bolletjestrui weer naar Zuid-Amerika bracht.
Vorig jaar kon Botero in de Tour niet echt imponeren. Hij reed anoniem mee en eindigde op de achtste plaats in het eindklassement.
“Ik heb dit jaar de voorbereiding aangepakt, zoals in 2000. Ik ben zeven maanden in Mendellin gebleven om te trainen. In deze omgeving heb je veel bergen, zodat je het parcours van de Tour kunt nabootsen. Ik ben pas in mei naar Europa gekomen en heb dus nog niet zoveel wedstrijden gereden. Maar ik voelde meteen al, dat deze voorbereiding me goed heeft gedaan”, vertelde de ritwinnaar, die in Lorient zijn derde overwinning van dit seizoen boekte. Eerder won hij al de Classique des Alpes, waarbij hij samen met zijn ploegmaat Oscar Sevilla hand in hand over de eindstreep ging. En in de Dauphiné Libéré klopte hij Lance Armstrong ook al in een individuele tijdrit.
Deze ritzege heeft Botero toch wel verbaasd. “Halfweg realiseerde Armstrong dezelfde tijd als ik en daarom dacht ik dat hij wel deze tijdrit zou winnen. Maar ik kon tot de laatste meter het grote verzet blijven draaien. Ik heb mijn winst dus vooral in de laatste tien kilometer gepakt”. Met deze ritzege zet Santiago Botero zijn vaderland Colombia weer eens op de wielerkaart. In de jaren tachtig volgde een horde journalisten uit het Zuid-Amerikaanse land de verrichtingen van Herrera en Parra in de Tour op de voet. Ditmaal was er geen enkele Colombiaanse journalist getuige van de triomf van Botero in de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar. “Morgen komt er waarschijnlijk eentje van RCN, de Colombiaanse radio”, vertelde Botero, die wel kon begrijpen waarom zijn landgenoten niet meer naar Frankrijk komen. “Onze economie draait nu eenmaal niet geweldig en bovendien hebben we nu geen Colombiaanse ploeg in de Tour, zoals in de jaren tachtig met Varta en Café de Colombia. Maar deze overwinning is wel belangrijk voor de moraal van de Colombianen, die er hopelijk moed uit putten om met z’n allen te werken aan een betere toekomst.”
Santiago Botero laat zich door deze overwinning het hoofd niet op hol brengen. “Lance Armstrong blijft voor mij de favoriet nummer één van deze Tour. De kans, dat ik deze Tour kan winnen, lijkt me erg klein. Ik zie mezelf nog niet eens op het podium in Parijs staan. Ik zal me daarom de komende weken opofferen voor mijn ploegmaten, die betere kansen hebben, zoals Oscar Sevilla. Ik kom in het hooggebergte toch tekort”.
publicatiedatum: 01-01-2003
|