Michael Boogerd in de voetsporen van Theunisse

Was deze triomf op La Plagne de mooiste overwinning voor Michael Boogerd?

Het was al dertien jaar geleden, dat een Nederlander nog een belangrijke etappe in de Tour de France op zijn naam schreef. In 1989 was Gert-Jan Theunisse de laatste Nederlandse Tourrenner, die de duizenden Oranjefans in de Alpen in extase kon brengen. Opvallend genoeg legde de Brabander toen ook de basis voor zijn vlucht in de beklimming van de Col du Galibier. Dezelfde col, waar Michael Boogerd zijn coupe voorbereidde. De Rabobank-renner, in wie velen lange tijd ten onrechte een Tourwinnaar zagen, schreef in de koninginnenrit van deze 89e Tour de France geschiedenis. Hij volbracht een bijna onmogelijk geachte opdracht en bracht daarmee het aantal ritzeges van zijn ploeg in deze Tour op twee.

“Ik was er vanmorgen op gebrand om in de aanval te gaan. Addy Engels trok daarom vol door op de Galibier. Er ontstond een kopgroepje, maar daar zat ook Santiago Botero en een stel Once's bij. Dat heb ik weer, dacht ik. Toen het peloton er vlak voor de Col de Télegraphe bijna bij was, ben ik nog eens doorgetrokken. Toen kreeg ik Stuart O'Grady, Gian-Matteo Fagnini en Robert Hunter mee en die trokken geweldig door op het vlakke gedeelte. Maar na die tussensprint geloofden zij het wel en was ik volledig op mezelf aangewezen”, vertelde een uitgelaten Boogerd na de etappe, die hem zijn eerste overwinning van dit seizoen opleverde.
In het begin van de Col de la Madeleine, met nog 86 kilometer te gaan, ging Boogerd er daarom alleen vandoor. Hij reed zijn voormalige gezellen direct op grote achterstand. Op de Col de la Madeleine danste de Hagenaar naar boven, maar in de slotklim kwam hij toch in de problemen. “Tien kilometer voor de top kwam ik even goed stuk te zitten. Ik heb vijf kilometer moeten harken en daarna ging het weer beter. Ik wilde een lichtere versnelling schakelen, maar ik heb mezelf gedwongen dat niet te doen, al was de verleiding erg groot. Ik had deze klim al verkend met Levi Leipheimer, dus ik wist wat er daarna ging komen. Onderaan de klim zei Van Houwelingen: “als je niet kapot gaat, dan win je vandaag”. Maar aan het begin van La Plagne dacht ik dat ze me zouden gaan pakken. De benen waren niet goed meer, maar ik ben op een controleerbare snelheid blijven rijden. Op het einde werd ik wel nerveus. Normaal kijk ik wel duizend keer om in een wedstrijd, dat deed ik nu pas in het laatste stuk. Verdorie, ik word gek als ik nu pech krijg, ging het door me heen,” en daarmee gaf hij zijn nervositeit nog eens prijs.
“Pas in de laatste 500 meter was ik zeker van de overwinning. Ik heb toen aan mijn vriendin Nerena en mijn familie gedacht. Dan spookt er van alles door je hoofd. Ik heb er dit jaar zoveel voor gedaan, maar telkens zat het me tegen. Ik denk dat ik nu de gelukkigste man van de wereld ben,” zei Boogerd en hij kuste het medaillon, dat hij vorig jaar van zijn toekomstige vrouw kreeg.
Michael Boogerd keek nog eens terug op zijn carrière, die in 1996 een flinke impuls kreeg, toen hij in Aix-les-Bains zijn eerste Tourrit won. “Toen zei ik, dat ik dat gelukzalige gevoel wel nooit meer zou krijgen. Nu zit ik er toch heel dichtbij hoor”, lachte hij zijn tanden bloot. Niet voor niets zei een journaliste, dat Michael niet alleen de rit had gewonnen, maar ook de “Prime for the biggelt mille” kreeg.



publicatiedatum: 01-01-2003